ECLI:NL:RVS:2026:74, Raad van State, 07-01-2026, 202402451/1/V1 — RVS:2026:74
Samenvatting
Appellant heeft beroep ingesteld tegen het uitblijven van een besluit op een aanvraag om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen. Bij besluit van 1 februari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid die aanvraag ingewilligd. Bij uitspraak van 4 maart 2024 heeft de rechtbank het door appellant ingestelde beroep tegen het uitblijven van een besluit op die aanvraag niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank heeft het beroep van appellant tegen het niet tijdig nemen van een besluit op de aanvraag niet-ontvankelijk verklaard, omdat de minister bij het besluit van 1 februari 2024 alsnog een besluit op de aanvraag heeft genomen. De rechtbank heeft overwogen dat de minister met dit besluit geheel tegemoet is gekomen aan het beroep van appellant, omdat zij haar asielaanvraag heeft ingewilligd. Appellant heeft volgens de rechtbank niet gesteld dat de minister met dit besluit niet aan haar beroep is tegemoetgekomen. Het beroep heeft daarom geen betrekking op het alsnog genomen besluit, aldus de rechtbank.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RVS:2026:290, Raad van State, 21-01-2026, BRS.25.001478
Raad van State · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2026:504, Rechtbank Den Haag, 09-01-2026, NL26.667
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2026:1872, Rechtbank Den Haag, 07-01-2026, NL25.62554
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:25580, Rechtbank Den Haag, 31-12-2025, NL25.61947
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
7 januari 2026
Instantie
Raad van StateRechtsgebied
Bestuursrecht; VreemdelingenrechtZaaknummer
202402451/1/V1
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:74